Verslag van het tweede ontwerpatelier

Waarom ook al weer die ontwerpateliers?

Na de (gedenkwaardige) hoorzitting in de raadscommissie op 3 december vorig jaar is het nu zover gekomen dat zowel variant 5 van ProRail als ook variant 1A van de Burgerwerkgroep (BWG) moesten worden uitgewerkt. Daarmee wordt een goede vergelijking van beide varianten mogelijk. De gemeenteraad wil straks wat te kiezen hebben.

In het eerste ontwerpatelier op 20 april 2016 werd een aanzet gegeven door een groot aantal inwoners en organisaties. Deze aanzet vormde de basis voor het tweede ontwerpatelier op 1 juni 2016. Aan het tweede atelier werd uiteindelijk door een beperkter aantal personen deelgenomen. Namens de BWG waren Dirk Kuijper en Jelke Bethlehem van de partij. Verder namen deel vertegenwoordigers van de Fietsersbond, ROCOV (reizigersorganisatie), een viertal inwoners uit de wijk Rhynenburg (o.a. bewoners van de Guido Gezellestraat), het Dorpsoverleg Koudekerk en het Wijkcomité Groenendijk.

Er werd uitgebreid gesproken over de beide varianten, de door ProRail ontworpen variant 5 en de door de BWG bedachte variant 1A. Uitleg over beide varianten kunt u nalezen op deze website.

Er zijn wel enkele bijzonderheden te vermelden

Bij variant 5 wordt de Gemeneweg omgelegd in westelijke richting en komt daarna via een slinger om het Stationsplein weer uit op de huidige Gemeneweg.

Het fietspad ligt nu, in tegenstelling tot het aanvankelijke plan, aan de binnenzijde van de slinger in de Gemeneweg. In die slinger gaan de fietsers via een fietstunnel onder het spoor door. De fietsers moeten de Gemeneweg nog steeds gelijkvloers oversteken.

Het geplande stationsplein met P&R (park & ride), K&R (kiss & ride), bushaltes en de fietsenstalling liggen dan op een plateau met dezelfde hoogte als de huidige Gemeneweg.

Bij variant 1A van de BWG moet worden aangetekend dat P&R, K&R en fietsenstalling komen te liggen op het niveau van het maaiveld van het huidige bosperceel in het toekomstige Westvaartpark. Dat is ongeveer 2 tot 2,5 meter lager bij variant 5. Belangrijk is dat in deze variant elke kruising van het fietsverkeer met het spoor en de Gemeneweg ongelijkvloers is.

Uitkomst

Een ingenieursbureau gaat nu de beide varianten (5 en 1A) op identieke wijze uitwerken. Daardoor kunnen beide varianten goed met elkaar worden vergeleken. De uitwerking zal enige tijd vergen.

De uitwerkingen worden aan de groep deelnemers van het tweede werkatelier teruggekoppeld om te bezien of beide varianten volgens de inzichten van het atelier zijn uitgewerkt. Uiteindelijk worden de rapporten over de beide varianten aan de lokale politiek gepresenteerd en zal de gemeenteraad, vermoedelijk medio september a.s. haar keuze gaan maken.